Aerdts verbood de overname eind mei op advies van het Bureau Toetsing Investeringen. Volgens het BTI vormde de transactie mogelijk een risico voor het publieke belang, waarna de staatssecretaris besloot de overname volledig te blokkeren. Omdat de zaak nu bij de rechter ligt, wil het ministerie inhoudelijk niet verder reageren.
Solvinity levert een deel van de digitale infrastructuur van de overheid en is betrokken bij systemen rond DigiD en de Berichtenbox van MijnOverheid. De voorgenomen overname leidde daarom tot politieke discussie over digitale soevereiniteit en de afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven. Tegenstanders wezen daarbij op het risico dat Amerikaanse wetgeving invloed zou kunnen hebben op de beschikbaarheid van diensten of de toegang tot gegevens.
Volgens NRC laat Solvinity weten de zorgen van de overheid serieus te nemen, maar behoefte te hebben aan meer duidelijkheid over de feitelijke en juridische onderbouwing van het verbod om vervolgstappen zorgvuldig te kunnen beoordelen. Kyndryl reageerde eerder al teleurgesteld op het besluit en sprak van een gepolitiseerd proces. Het bedrijf stelde dat Nederlandse gegevens na een overname niet in gevaar zouden komen.
De overname werd getoetst op grond van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Die wet maakt het mogelijk om investeringen en overnames in vitale digitale infrastructuur tegen te houden wanneer risico’s voor het publieke belang worden geconstateerd. Aerdts stelde eerder dat de geconstateerde risico’s niet konden worden weggenomen en dat ingrijpen daarom noodzakelijk was.
Met het beroep van Solvinity krijgt de rechter nu de taak om te beoordelen of het overnameverbod juridisch standhoudt.


Geef een reactie