Dat blijkt uit The Voice of the Consumer 2026 van PwC, waarvoor ruim 21.000 consumenten zijn ondervraagd, onder wie 1.003 Nederlanders.
Gezondheid wordt volgens PwC steeds breder en ruimer opgevat. Het gaat niet alleen meer om het voorkomen van ziekte, maar ook om slaap, stress, uiterlijk, welzijn en gedragsverandering. Daardoor groeit de vraag naar onder meer supplementen, verzorgingsproducten, coaching, apps, wearables en andere digitale hulpmiddelen.
Bij digitale toepassingen ontstaat een spanningsveld. Personalisatie en kunstmatige intelligentie bieden bedrijven mogelijkheden om gerichtere producten en diensten aan te bieden, maar daarvoor zijn vaak persoonlijke gegevens nodig. Uit het onderzoek blijkt dat consumenten daar voorzichtig mee blijven, zeker wanneer het om gezondheidsdata gaat.
Nederlanders minder comfortabel met datadeling
Wereldwijd zegt 38 procent van de respondenten zich niet in hoge mate comfortabel te voelen bij het delen van gezondheidsdata. In Nederland ligt dat percentage op 43 procent. Volgens PwC is het vertrouwen van Nederlandse consumenten vooral lager dan wereldwijd bij media-apps, banken, hotels, supermarkten, technologiebedrijven en kledingproducenten.
Het onderzoek laat aan de andere kant ook zien dat digitale hulpmiddelen wel breed worden gebruikt. Wereldwijd beschikt 82 procent van de ondervraagden over een wearable. In Nederland is dat 73 procent. De aanwezigheid van technologie betekent volgens PwC echter niet dat consumenten nieuwe toepassingen zonder meer accepteren. Prijs speelt daarbij een duidelijke rol. Voor driekwart van de Nederlandse respondenten is prijs een doorslaggevende factor, tegenover 68 procent wereldwijd.
Terughoudendheid bij AI in gezondheid
Ook bij AI-toepassingen rond gezondheid en wellness blijft het vertrouwen beperkt. Volgens PwC gebruiken consumenten wereldwijd AI-tools steeds vaker als eerste informatiebron bij gezondheidsvragen. Zodra vragen complexer of gevoeliger worden, neemt de bereidheid om op AI te vertrouwen af.
Nederlanders zijn op dit punt terughoudender dan gemiddeld. Wereldwijd voelt 23 procent van de respondenten zich niet comfortabel bij het gebruik van AI voor gezondheids- en wellnesstaken. In Nederland is dat 38 procent.
Transparantie
Volgens PwC ligt de uitdaging voor bedrijven daarom niet alleen in technologische innovatie, maar vooral in vertrouwen, dataveiligheid en transparantie. Milo Hartendorf, industrielead consumentenmarkten bij PwC Nederland, stelt dat bedrijven een kansrijke marktpositie kunnen opbouwen wanneer transparantie, dataveiligheid en verantwoord gebruik van AI aantoonbaar op orde zijn.
Peter van Kampen, expert consumentenmarkten bij PwC Nederland, wijst erop dat consumenten willen weten wat er met hun gegevens gebeurt. “Ook willen consumenten dat bedrijven verantwoord omgaan met die data, bijvoorbeeld dat ze die niet zonder hun medeweten doorverkopen aan andere partijen of voor andere doelen gebruiken dan waarvoor toestemming is gegeven. Bij AI draait het ook om vertrouwen, veiligheid en transparantie over hoe algoritmes werken. Dat vertrouwen is op een domein als gezondheid nog beperkt aanwezig. Of dat in de toekomst verandert, hangt sterk af van de verdere ontwikkeling van AI. Voor bedrijven betekent dit dat zij AI voorlopig niet moeten positioneren als ‘AI maakt de keuze voor jou’, maar als ‘AI ondersteunt jou bij het maken van een betere keuze’. Als bedrijven vertrouwen op weten te bouwen, wordt dat een belangrijke asset en daarmee een concurrentievoordeel.”
Voor bedrijven in de gezondheids- en wellnessmarkt ligt de kans volgens PwC dus niet alleen in nieuwe digitale toepassingen. Vertrouwen is een doorslaggevende factor. Zonder vertrouwen in privacy, datagebruik en veiligheid blijft de bereidheid van consumenten beperkt, ook als de technologie beschikbaar is.


Geef een reactie