De provincie Utrecht loopt na alle boekhoudkundige perikelen rond de Uithoflijn eindelijk weer in de pas met de jaarrekeningcontrole. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties laat daarom weten dat de provincie niet langer onder verscherpt toezicht staat.
Minister Knops (destijds de tijdelijke vervanger van Ollongren) stelde de provincie in januari onder verscherpt toezicht, omdat de jaarstukken 2018 en 2019 niet tijdig waren ingeleverd. Het verscherpte toezicht was gericht op het door de provincie Utrecht tijdig indienen van de jaarstukken 2019, uiterlijk op 15 juli 2020.
Uithoflijn
De problemen met de jaarcijfers bij de provincie hadden alles te maken met de aanleg van tramlijn de Uithoflijn. Begin dit jaar was er een snelle inhaalslag nodig omdat de jaarrekening 2017 van de provincie anderhalf jaar te laat was afgerond. Dat kwam door een grootschalig onderzoek van EY naar een onvoldoende verantwoord bedrag van 12,2 miljoen euro met betrekking tot de Uithoflijn. Daardoor liep ook de jaarrekeningcontrole 2018 forse vertraging op. Het onderzoek bracht veel extra kosten met zich mee.
PwC
Met de goedkeuring en publicatie van de jaarstukken over 2018 en 2019 voor de provincie Utrecht kwam een einde aan de langslepende affaire. Accountant PwC nam uiteindelijk een afboeking van € 4,8 miljoen op in de jaarrekening 2018 vanwege de kwestie. Van werkzaamheden die met dat bedrag te maken hadden kon geen prestatielevering worden vastgesteld.
Regulier toezicht
Zowel de jaarrekening 2018 als de jaarrekening 2019 werden – een dag te laat – op 16 juli bij het ministerie aangeleverd. “Daarmee is een stap gezet om de jaarstukken in de toekomst weer in de reguliere cyclus aan te leveren, dus uiterlijk 15 juli”, schrijft de minister nu. Ollongren tilt niet te zwaar aan het dagje waarmee de deadline werd overschreden. “Daarom ga ik voor de rest van dit jaar weer over op het reguliere toezichtregime. Op basis van het reguliere toezichtproces en de geldende wet- en regelgeving zal na indiening van de begroting 2021, voor 1 januari 2021 het toezichtregime voor 2021 worden bepaald.”
Kamerbrief over verantwoording van gemeenten over het verslagjaar 2019


Geef een reactie