Het idee achter de motie van CDA-Kamerlid Krul was dat fiscale adviseurs, onder strikte voorwaarden, rechtsbijstand zouden kunnen verlenen in belastingprocedures binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Daarmee zouden zij in bezwaar- en beroepszaken burgers met beperkte middelen kunnen bijstaan, vergelijkbaar met de rol die sociaal advocaten nu vervullen. Het kabinet concludeert echter dat zo’n uitbreiding niet nodig is.
Onderzoek
In de Kamerbrief schrijft demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen (Financiën) dat is onderzocht of fiscale adviseurs toegang kunnen krijgen tot toevoegingen, mits zij zijn aangesloten bij een beroepsvereniging en werken binnen afspraken met de Raad voor Rechtsbijstand (RvR). Het doel daarvan was het aanbod van rechtsbijstand in fiscale procedures te vergroten en de kwaliteit te verbeteren.
Zeer beperkt
Het ging daarbij nadrukkelijk niet om algemeen fiscaal advies of het doen van belastingaangiften. De motie richtte zich op juridische geschillen met de Belastingdienst, zoals procedures over aanslagen, boetes of toeslagen. De achterliggende gedachte was dat fiscale procedures vaak specialistische kennis vereisen, terwijl sociaal advocaten die expertise niet altijd in huis hebben.
Niet nodig
Volgens het kabinet biedt de Wet op de rechtsbijstand daar in theorie al ruimte voor. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook andere professionals dan advocaten worden toegelaten tot het stelsel, als er sprake is van een duidelijke leemte waarin de advocatuur niet kan voorzien. In de praktijk ziet de RvR zo’n leemte echter niet bij fiscale procedures.
De staatssecretaris wijst erop dat de toegang tot rechtsbijstand in belastingzaken formeel al is geborgd via de advocatuur. Daarnaast bestaan er tal van andere voorzieningen die burgers helpen bij fiscale problemen, zoals ondersteuning door de Belastingdienst zelf, maatschappelijk dienstverleners, belastingwinkels en sinds kort de Belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden.
NOvA: niet doen
De Nederlandse Orde van Advocaten erkent in het onderzoek dat burgers moeite hebben hun weg te vinden in het complexe fiscale stelsel. Dat probleem zit volgens de NOvA echter vooral in het beperkte ‘doenvermogen’ van burgers en in de versnippering van hulp, niet in een gebrek aan bevoegde rechtsbijstandverleners. Bovendien is er volgens de orde een tekort aan fiscalisten, waardoor uitbreiding van het stelsel weinig effect zou hebben.
Heijnen onderschrijft die analyse. Het toelaten van fiscale adviseurs tot het stelsel van toevoegingen zou volgens hem niet leiden tot minder druk op de zelfredzaamheid van burgers. Ook wijst hij erop dat het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand bewust beperkingen kent, mede vanwege de grote aantallen belastingplichtigen.
Lees hier de Kamerbrief.


Da’s niet zo best als de staatssecretaris erkent dat grote aantallen belastingplichtigen behoefte (zullen) hebben aan een gids door het onbegrijpelijke doolhof van fiscale regelgeving. Natuurlijk is de zelfredzaamheid van de burger drastisch gedaald, mede door het promoten van het idee alsof het allemaal eenvoudig is, niet leuker wel makkelijker. En natuurlijk als er van gemiddeld 12 miljoen volwassen op een jaar 13 miljoen (IB) aangiften binnen komen dan maakt de wetgeving dat kennelijk mogelijk en nodig. Dat de kwaliteit van de(ze) d.h.z. aangiften relatief laag is laat zich slechts raden. Bewijs daarvan willen we politiek niet.