Daarbij horen onder meer cliëntenonderzoek en het melden van ongebruikelijke transacties. Het lastige is dat “ongebruikelijk” niet hetzelfde is als “bewezen fout”. Het gaat om signalen die kunnen wijzen op witwassen of financiering van terrorisme, en juist daarom vraagt dat om een zorgvuldige afweging.
Het begint met een eenvoudige vraag
Stel: een ondernemer belt je met een praktische kwestie. Hij wil snel iets afwikkelen en zegt dat hij platina verkopen overweegt, omdat hij het geld nu nodig heeft. Op zichzelf is dat geen probleem. Toch is het een goed moment om rustig door te vragen. Waar komt het platina vandaan? Is er een aankoopbewijs of administratie? Past dit bij de normale activiteiten van de onderneming of bij het privéprofiel van de klant? Je hoeft niet meteen te denken dat er iets mis is. Wel wil je begrijpen of de transactie logisch is. Juist die “logica” is vaak de sleutel om te bepalen of je in een dossier extra stappen moet zetten.
Objectieve en subjectieve signalen
Bij de Wwft werk je met indicatoren. Sommige zijn objectief: als een situatie aan een vast criterium voldoet, kan dat al betekenen dat je moet melden, ook als je zelf geen concrete verdenking hebt. Daarnaast zijn er subjectieve indicatoren: je professionele inschatting weegt mee, bijvoorbeeld als een verklaring niet klopt of telkens verandert. In de praktijk zit de twijfel vaak bij die subjectieve kant. Dan helpt het om terug te gaan naar de feiten: bedragen, timing, herkomst, en of het past bij wat je al van de klant weet uit je cliëntenonderzoek.
Wat je vastlegt zonder het gesprek te blokkeren
Een goede beoordeling staat of valt met vastlegging. Niet alleen wat je hebt besloten, maar ook waarom. Schrijf welke informatie je hebt opgevraagd, wat de klant heeft aangeleverd en welke vragen je hebt gesteld. Als je tot melding overgaat, meld je bij FIU-Nederland. Daarbij hoort ook dat je de klant niet informeert over een eventuele melding; er geldt een geheimhoudingsplicht om “tipping off” te voorkomen.
Als de transactie via een derde loopt
Soms zegt een klant dat hij “gewoon even langs een goudwisselkantoor gaat” en dat het daarna wel op de rekening komt. Dat kan prima zijn, maar het maakt je controleerbaarheid niet automatisch beter. Vraag dan om documenten die je beoordeling ondersteunen, zoals een aankoop- of verkoop bewijs en duidelijke specificaties van gewicht en gehalte, zodat je verhaal in het dossier aansluit op de cijfers en op het risicobeeld uit het cliëntenonderzoek.


Geef een reactie