EY hield rondetafelgesprekken met circa zeventig commissarissen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen, grote familiebedrijven en semipublieke organisaties. De vraag was hoe je het snekl veranderende speelveld voor ondernemingen vertaalt naar effectief toezicht, strategie en risicobereidheid. “De conclusie die commissarissen trekken, is helder: het gevoel van urgentie moet omhoog en de snelheid van handelen ook”, aldus EY.
Onzekerheid strategisch benutten
Zo zien commissarissen dat risico’s doorgaans worden herkend, maar besluiten te vaak blijven hangen in analyse en goede bedoelingen. “Om dit te doorbreken, is een andere mindset nodig: meer scenario-denken, expliciete keuzes over risicobereidheid en het strategisch benutten van onzekerheid.”
Factor mens cruciaal
Een van de deelnemende commissarissen was Miriam van Dongen, die diverse commissariaten bezet. Ze is onder anderen lid van de raad van toezicht van TNO en commissaris bij Rabobank. Bij beide organisaties is ze tevens voorzitter van de audit committee. Ze wijst op ketenreacties: “Uitval op één plek kan een cascade van problemen veroorzaken. Crisismanagement, oefening en scenariodenken zijn essentieel om rollen, verantwoordelijkheden en processen in zulke situaties scherp te krijgen. De menselijke factor blijft cruciaal. Hoe teams en bestuurders reageren op onzekerheid bepaalt of een organisatie effectief kan omgaan met verstoringen. Wendbare, strategische en leergierige medewerkers vormen de kern van veerkracht en zijn net zo belangrijk als de systemen die ze gebruiken.”
Weerbaarheid
Volgens EY vormt weerbaarheid de rode draad in het rapport dat over de rondetafels is geschreven. “Voor commissarissen ligt hier een verantwoordelijkheid. Zij bewegen tussen adviseren en sturen, tussen vertrouwen en ingrijpen. Zij moeten beoordelen hoeveel risico een organisatie daadwerkelijk kan en wil dragen, en ervoor zorgen dat zij beschikken over de juiste kennis en informatie. Dat betekent ook dat ze soms ongemakkelijke gesprekken moeten voeren wanneer bestuurders te voorzichtig opereren, of juist te zelfverzekerd.”
Commissarissen hekelen verder trage besluitvorming, stapeling van regelgeving en gebrek aan duidelijke keuzes: “Wil Nederland eigenlijk nog wel industrie bedrijven?”, was een opmerking, waarbij het vestigingsklimaat werd genoemd.
Herman Dijkhuizen, een andere seriecommissaris met RvC-posities bij onder andere NS, KPN en Tata Steel, heeft zijn hoop gevestigd op het nieuwe kabinet: “Wie twintig jaar vooruitkijkt, ziet dat nieuwe economieën aan invloed winnen. In een open economie als de Nederlandse zijn langetermijnvisie en internationale positionering cruciaal. Met het nieuwe regeerakkoord ben ik hoopvol dat belangrijke zaken weer in beweging komen.”


Geef een reactie