Volgens de onderzoekers is het aandeel werkenden dat vaak nieuwe technologie gebruikt in twee jaar tijd bijna verdrievoudigd. In 2023 gaf nog 9% van de respondenten aan intensief gebruik te maken van nieuwe technologische toepassingen, inmiddels is dat gestegen naar 24%. De toename is zichtbaar in vrijwel alle leeftijdsgroepen. Maar vooral onder jongere werknemers is het gebruik hoog. In de groep onder 25 jaar maakt drie op de tien werkenden veelvuldig gebruik van nieuwe technologie.
Verdeelde verwachtingen
Werknemers blijken gematigd positief over de gevolgen van nieuwe technologie voor hun werk. Bijna een derde van de werkenden verwacht een positieve invloed, bijvoorbeeld in de vorm van hogere efficiëntie of productiviteit. Een kleinere groep, ongeveer 15%, voorziet juist een negatieve impact, zoals een verschraling van taken of minder interactie. Opvallend is dat positieve en negatieve verwachtingen elkaar niet uitsluiten. Een deel van de respondenten denkt dat nieuwe technologie zowel voordelen als nadelen met zich meebrengt. Tegelijkertijd verwacht ongeveer één op de tien werkenden dat technologische ontwikkelingen kunnen leiden tot inkomensverlies of zelfs het overbodig worden van hun beroep.
Baanzekerheid
De zorgen over mogelijke verdringing van arbeid zijn het grootst onder jongere werknemers. Zij maken niet alleen het meest gebruik van nieuwe technologie, maar houden ook vaker rekening met het risico dat hun functie in de toekomst verdwijnt. Volgens RaboResearch sluit dat aan bij recente arbeidsmarktontwikkelingen, waarbij startersbanen in beroepen met een hoge blootstelling aan generatieve AI onder druk staan. De onderzoekers wijzen erop dat dit verschil mogelijk samenhangt met het type kennis waarover werknemers beschikken. Jongeren hebben relatief veel gecodificeerde kennis uit opleidingen, terwijl oudere werknemers vaker beschikken over impliciete, ervaringsgebonden kennis. Nieuwe AI-toepassingen concurreren vooral met dat eerste type kennis.
Routinematig werk kwetsbaar
De impact van nieuwe technologie hangt sterk samen met het soort werkzaamheden dat werknemers uitvoeren. Gemiddeld bestaat ongeveer 40% van het werk in Nederland uit routinematige taken, zowel fysiek als cognitief. Vooral cognitief routinematig werk geldt als gevoelig voor toepassingen van (Gen)AI. Sectorale verschillen zijn daarbij groot. In sectoren als financiële dienstverlening en informatie en communicatie ligt het aandeel cognitief routinematige taken hoog. Juist daar is het gebruik van nieuwe technologie het meest verbreid en verwachten werknemers relatief vaak dat technologie hun werk ingrijpend zal veranderen.
Financiële sector koploper
Binnen de financiële dienstverlening en de ICT-sector is het gebruik van nieuwe technologie het hoogst. Werknemers in deze sectoren rapporteren niet alleen intensiever gebruik, maar ook sterkere verwachtingen over de invloed van technologie op hun taken en loopbaan. In andere sectoren, zoals de zorg en de agrarische sector, ligt het gebruik beduidend lager. Een interessante uitzondering vormt de horeca. Daar is het technologiegebruik relatief beperkt, terwijl de verwachting dat functies overbodig worden juist hoog is. Dat wijst er volgens de onderzoekers op dat technologie in deze sector vaker als vervanging van arbeid wordt ervaren, bijvoorbeeld via bestelzuilen of QR-systemen.
Onzekerheid blijft
RaboResearch benadrukt dat de uiteindelijke effecten van nieuwe technologie op werkgelegenheid moeilijk voorspelbaar zijn. Technologische innovatie kan leiden tot automatisering, maar ook tot productiviteitswinst en het ontstaan van nieuwe taken en functies. Concrete uitspraken over banenverlies zijn daarom niet mogelijk. Wel maakt de studie duidelijk dat technologie een steeds prominentere rol speelt in het dagelijks werk van veel Nederlanders. De combinatie van snel stijgend gebruik en uiteenlopende verwachtingen onder werknemers onderstreept volgens de onderzoekers dat de arbeidsmarkt zich in een overgangsfase bevindt.


Geef een reactie