Zaak nr: 25/1455 Wtra AK
De betrokkene stond sinds 2009 ingeschreven in het accountantsregister en was verbonden aan een accountantskantoor. Per 1 juli 2025 liet hij zich op eigen verzoek uitschrijven. Die uitschrijving stond echter niet in de weg aan een inhoudelijke beoordeling, nu de verweten gedragingen plaatsvonden in de periode dat hij nog stond ingeschreven. Op grond van artikel 38 Wtra achtte de Accountantskamer zich dan ook bevoegd de klacht te behandelen.
Kantoortoetsing
Aanleiding voor de klacht was een aangekondigde reguliere kantoortoetsing door de Raad voor Toezicht van de NBA begin 2023. Hoewel aanvankelijk uitstel werd gevraagd vanwege de overname van een administratiekantoor, werd de toetsing uiteindelijk gepland voor 24 oktober 2023. Die afspraak kon wegens ziekte van de teamleider niet doorgaan. Daarna liep het traject vast. Volgens de door de Accountantskamer vastgestelde feiten werd herhaaldelijk geprobeerd een nieuwe datum af te spreken, zowel telefonisch als per e-mail. Ook werd een aangetekende sommatie verzonden en kreeg betrokkene de gelegenheid een zienswijze te geven op het voornemen een tuchtklacht in te dienen. Op geen van deze berichten volgde een reactie.
Daarnaast liet de accountant na de monitoringsvragenlijst 2024 in te vullen, ondanks meerdere (geautomatiseerde) herinneringen en een expliciete sommatie waarin ook deze verplichting werd benadrukt.
Oordeel
De Accountantskamer toetste het handelen aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en de Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (VoKwb). Op grond van artikel 3 VoKwb beoordeelt het bestuur van de NBA eenmaal per zes jaar of het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid in opzet en werking voldoet aan wet- en regelgeving. Artikel 5, eerste lid, VoKwb verplicht accountants tot medewerking aan zo’n toetsing. Voor de jaarlijkse informatie-uitvraag via de monitoringsvragenlijst geldt op grond van artikel 4 en artikel 5, tweede lid, VoKwb een vergelijkbare medewerkingsplicht.
Volgens de Accountantskamer heeft betrokkene door zijn volledige radiostilte in strijd gehandeld met deze bepalingen. Hij heeft geen enkele verklaring gegeven voor het negeren van de berichten van zijn beroepsorganisatie. Daarmee heeft hij niet alleen de VoKwb geschonden, maar ook het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid uit de VGBA. Dat beginsel vergt onder meer dat een accountant zorg draagt voor een deugdelijk stelsel van kwaliteitsbeheersing en toetsbaar is op de naleving daarvan. Doordat de kantoortoetsing geen doorgang kon vinden, kon de NBA niet vaststellen of het kwaliteitssysteem in opzet en werking voldeed.
Maatregel
Bij de sanctionering weegt de Accountantskamer zwaar dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing een basisvoorwaarde vormt voor een goede beroepsuitoefening. Het is volgens het tuchtcollege aan betrokkene te wijten dat hij op dit fundament niet toetsbaar is gebleken. Daarbij komt dat hij ook in de tuchtprocedure zelf geen verantwoording heeft afgelegd en zonder bericht van verhindering niet ter zitting verscheen. Dat rekent de Accountantskamer hem aan.
Naast de doorhaling voor de duur van vijf jaar acht de Accountantskamer een geldboete passend. Daarbij overwoog zij dat betrokkene financieel voordeel heeft kunnen genieten door langere tijd niet te voldoen aan de voor hem geldende kwaliteitseisen. Ook hoefde hij geen kosten voor de kantoortoetsing te voldoen, die normaliter – afhankelijk van de kantooromzet – circa € 2.500 bedragen. Tegen die achtergrond werd een boete van € 5.000 opgelegd.
Dat de inschrijving per 1 juli 2025 op eigen verzoek is doorgehaald leidt niet tot matiging van de maatregel. Volgens de Accountantskamer ondernam betrokkene pas actie nadat de klacht was ingediend.


Geef een reactie