Dat blijkt uit een Kamerbrief over de inwerkingtreding van de Wtta en uit antwoorden op Kamervragen over de voortgang van de invoering. De wet is bedoeld om misstanden in de uitleensector tegen te gaan, maar raakt ook ondernemers die personeel inhuren of ter beschikking stellen. Daarmee krijgen ook accountants en adviseurs met mkb-klanten ermee te maken.
Onder het nieuwe stelsel mogen uitleners straks alleen arbeidskrachten ter beschikking stellen als zij zijn toegelaten. Ook inleners krijgen een verantwoordelijkheid. Zij moeten controleren of zij werken met een toegelaten uitlener. Vanaf de handhaving kan het inlenen via een niet-toegelaten uitlener tot boetes leiden.
Geen uitstel
Volgens Vijlbrief is de start van het toelatingsstelsel per 1 januari 2027 nog altijd verantwoord. De planning is krap, maar volgens de minister zijn er op dit moment geen aanwijzingen dat die niet gehaald kan worden. Uitstel zou volgens hem bovendien maar beperkt helpen bij het verminderen van de uitvoeringsrisico’s. Daartegenover staat dat misstanden in de uitleensector dan langer kunnen doorgaan.
Intern is wel onderkend dat vooral de ontwikkeling van de informatievoorziening risicovol is. In een ambtelijke nota staat dat het tijdpad voor de ICT-infrastructuur krap is en weinig tot geen ruimte laat voor vertraging. Het zaaksysteem van de NAU wordt gefaseerd ontwikkeld in 2026 en 2027. Het aanvraagloket moet op 1 mei 2027 opengaan, terwijl de NAU volgens de huidige planning niet eerder dan 1 juli 2027 aanvragen gaat beoordelen.
NAU nog volop in opbouw
De NAU, die het toelatingsstelsel moet uitvoeren, is nog in opbouw. Op dit moment werken er 31 fte bij de nieuwe autoriteit. Medio 2027 moet dat zijn uitgegroeid tot circa 150 fte. Het precieze aantal hangt onder meer af van het aantal aanmeldingen, toelatingsaanvragen, ontheffingen en bezwaar- en beroepsprocedures.
Ook de samenwerking met andere partijen moet verder worden uitgewerkt. De NAU maakt afspraken met onder meer de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst over gegevensuitwisseling. Die informatie is nodig om aanvragen te kunnen beoordelen en signalen over mogelijke misstanden of ontwijkconstructies te kunnen benutten.
Overgangsrecht voor uitleners
Uitleners kunnen zich van 1 november tot en met 31 december 2026 aanmelden voor de overgangsregeling. Daarna kunnen zij van 1 mei tot en met 30 juni 2027 een eerste aanvraag indienen. Wie tijdig aanvraagt, mag op grond van het overgangsrecht blijven uitlenen zolang de NAU nog niet op de aanvraag heeft beslist.
Dat overgangsrecht moet voorkomen dat uitleners door omstandigheden buiten hun macht buiten het stelsel vallen. Tegelijk brengt het risico’s mee. Als inspectiecapaciteit of gegevensuitwisseling achterblijft, kunnen malafide uitleners of uitleners met risicosignalen langer actief blijven terwijl hun aanvraag nog niet definitief is beoordeeld. Vijlbrief schrijft dat signalen van onder meer de Arbeidsinspectie en Belastingdienst kunnen worden gebruikt bij de beoordeling door de NAU.
Handhaving vanaf 2028
De Nederlandse Arbeidsinspectie gaat vanaf 1 januari 2028 handhaven op de toelatingsplicht. Vanaf dat moment kunnen ook inleners worden beboet als zij arbeidskrachten inlenen via een niet-toegelaten uitlener.
Voor de Wtta-handhaving is eerder voorzien in 135 fte extra capaciteit bij de Arbeidsinspectie. Dat gaat niet alleen om inspecteurs, maar ook om ondersteuning bij meldingen, juridische handhaving, boeteoplegging en eventuele strafrechtelijke zaken. Een deel van de nieuwe inspecteurs wordt nu al ingezet binnen het programma Uitzendbureaus, zodat zij ervaring kunnen opdoen voor de start van de handhaving.
Aandachtspunten blijven groot
Bureau Gateway en de ambtelijke voorbereiding wijzen op nog flinke aandachtspunten bij de invoering. Volgens Vijlbrief staan die de start per 1 januari 2027 op dit moment niet in de weg, maar blijven onder meer ICT, gegevensuitwisseling, inspectiecapaciteit en de verdere opbouw van de NAU bepalend voor de kwaliteit van de uitvoering.
De minister schrijft dat de risico’s de komende periode nauwgezet worden gevolgd. Eind 2026 wil hij de Kamer opnieuw informeren over de stand van de invoering van de NAU. Als ontwikkelingen daar eerder aanleiding toe geven, zal hij de Kamer tussentijds informeren.


Geef een reactie