Een man die samen met zijn broer eigenaar is van een veevoerbedrijf uit Waalwijk, neemt in 2018 6.500 ton biomaïs af van GFI-Greenfood uit Putten. Dat is voor de biologische tak van de onderneming, waaraan hij leidinggeeft. Aan de leverancier, met wie hij al jaren zakendoet, vraagt de veevoerspecialist of hij de rekening met € 15 per ton wil verhogen. En of hij het extra bedrag wil terugstorten op de rekening van de persoonlijke holding van de eigenaar. Die € 97.500 is namelijk een vergoeding voor advieswerkzaamheden die hij een paar uur in de week voor GFI-Greenfood doet.
Superklant
De accountant van de maïsleverancier stuit echter op een rekening van de veevoerspecialist en en trekt een andere conclusie: omkoping. Hij meldt het bij de Fiod, die de mannen aanhoudt voor het vervalsen van twee facturen. De leverancier geeft bij zijn verhoor aan dat het veevoerbedrijf een ‘superklant’ is met wie hij een goede relatie wil houden. Bovendien kost de constructie hem geen geld.
Waarom iemand omkopen die niet meer bestelt?
Het OM vindt dat concurrentievervalsing en stelt bij de rechter bovendien dat de veevoerman zichzelf ten koste van zijn broer wil benadelen. Op de zitting doet ook de leverancier zijn zegje en daarbij komt hij terug op zijn eerdere uitspraak: het overgemaakte extra geld was tóch bedoeld voor advies. Hij heeft gelogen bij de Fiod omdat hij uit zijn doen was nadat hij van zijn bed was gelicht, zo verklaart hij. Bovendien is de biologische poot van het veevoerbedrijf nu juist in 2018 verkocht aan Reudink, een dochteronderneming van de multinational For-Farmers. Dus de leverancier stelt dat het “waanzin” is om iemand om te kopen die daarna geen nieuwe orders kan doen.
Tegen de twee zestigers zijn werkstraffen van 240 uur en voorwaardelijke celstraffen van 8 maanden geëist. De leverancier zou bovendien zou voor meineed nog eens 3 maanden daadwerkelijk moeten brommen. Justitie wil van de veevoerfabrikant de (vermeende) steekpenningen terug en van de leverancier € 336.000. Dat bedrag is de winst die hij maakte bij de verkoop van biomaïs na het aanbieden van steekpenningen.
Bron: BN de Stem


Geef een reactie