Mike Pinckaers en Paul Makken van de wielrijdersbond pleiten daarvoor in dagblad Trouw. Gemeenten hebben hun inkomsten uit toeristenbelasting de laatste tien jaar verdrievoudigd tot een bedrag van circa € 650 miljoen, zo hebben ze becijferd. “Elk jaar gaat er zonder enige tegenwerking gemiddeld 10% extra bovenop, zonder duidelijkheid over gebruik van die inkomsten. Er zijn ook voorbeelden van 100% verhoging, omdat gemeenten aan geen enkele grens zijn gebonden. Om de reputatie van Nederland als vakantieland niet verder te schaden, is een bovengrens nodig.”
Overmatig gebruik
Steden als Amsterdam rekenen makkelijk een paar honderd euro per week voor een gezin en daar zou paal en perk aan moeten worden gesteld, zo vinden Makken en Pinckaers. “Anders dan bij veel andere belastingen ontbreekt een landelijk kader of plafond. Tegelijkertijd hebben toeristen – anders dan inwoners – geen enkele vorm van democratische vertegenwoordiging. Zij kunnen niet stemmen, maar betalen wel mee. Dat maakt deze belasting kwetsbaar voor overmatig gebruik: van mensen die geen politieke stem hebben, hoef je weinig weerstand te verwachten.” Daarnaast blijken buitenlandse toeristen het dure Nederland vaker links te laten liggen.
Meer duidelijkheid
De ANWB denkt dat gemeenten met de toeristenbelasting de gaten in de begroting willen opvullen. “Gemeentes maken hiermee misbruik van hun rol als gastheer: de toerist fungeert alvast als sluitpost van de begroting.” De bond wil meer duidelijkheid: “Waar wordt de toeristenbelasting aan besteed? In hoeverre komt die ten goede aan bezoekers zelf, of aan bewoners die overlast ervaren? Die vragen blijven vaak onbeantwoord.”
Makken en Pinckaers vinden dat een landelijk vastgesteld plafond voorkomt dat gemeenten elkaar opjagen in een opwaartse spiraal. Ze willen ook dat vooraf inzichtelijk is hoe de opbrengsten worden gebruikt en niet achteraf. “Wie gastvrijheid serieus neemt als gemeente, presenteert haar gasten een eerlijke rekening.”
Bron: Trouw


Geef een reactie