De NAM en de Staat komen steeds verder tegenover elkaar te staan over de afrekening van aardbevingsschade in Groningen. Volgens de NAM missen facturen een deugdelijke grondslag en vindt ook EY de aangeleverde onderbouwing daarvan onvoldoende om de jaarrekening van NAM goed te kunnen beoordelen. De mogelijkheid dat dit uitmondt in juridische procedures is reëel, schrijven ministers Ollongren en Blok aan de Kamer.
De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) is voor 50% in handen van Shell en voor 50% in handen van ExxonMobil. In 2018 besloot het kabinet om de productie uit het Groningenveld zo snel mogelijk en uiterlijk rond 2030 naar nul te brengen. Al jarenlang is er grote onvrede over de afhandeling van aardbevingsschade in Groningen. Daarom werd in 2018 ook besloten om de schadeafhandeling op afstand van de NAM te zetten en werden er afspraken gemaakt over de afrekening en doorbelasting aan de NAM.
NAM wijst op afgenomen productie
Volgens de NAM houdt de overheid zich nu niet aan die afspraken. De versnelde productieafname van de afgelopen jaren heeft volgens de NAM een positief effect op de veiligheid in Groningen. ‘Dit gegeven ziet de NAM niet gereflecteerd in de omvang van de versterkingsoperatie’, meldt het bedrijf in een verklaring. ‘Het staat de overheid uiteraard vrij om de versterkingsoperatie vorm te geven zoals zij wil en daarin in overleg met de regio keuzes te maken. De NAM zou conform de versterkingsovereenkomst alleen aangeslagen moeten worden voor kosten die noodzakelijk zijn voor de veiligheid. Daarnaast constateert de NAM dat de rekenrichtlijnen waarmee mogelijk onveilige huizen beoordeeld worden onvoldoende rekening houden met de versnelde afname van productie en de wetenschappelijk verkregen inzichten in de sterkte van het Groningse huizenbestand. Ook de externe accountant van de NAM heeft aangegeven de aangeleverde onderbouwing van de facturen onvoldoende te vinden om de jaarrekening van NAM goed te kunnen beoordelen.
De NAM vindt de facturen die de overheid aan het bedrijf stuurt dus onvoldoende onderbouwd en wijst er al langer op dat ook EY er niet mee akkoord gaat. De NAM heeft daarom onlangs aangegeven de facturen over het derde en vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal 2021 voor 60% te zullen voldoen. ‘De NAM heeft zich welwillend opgesteld en ondanks haar bezwaren toch een groot deel van de facturen onder protest betaald. Voor doorbelasting van het overige deel van de facturen bestaat wat de NAM betreft vooralsnog geen grond, tenzij de overheid kan aantonen dat dat wel zo is.’
Stevige reactie Ollongren en Blok
Het kabinet gaat daar echter niet mee akkoord, blijkt uit een Kamerbrief die de ministers Ollongren en Blok deze week hebben verstuurd. ‘Wij stellen ons op het standpunt dat de kosten conform de verantwoordelijkheid van de NAM en de bestaande overeenkomsten zijn doorbelast aan de NAM’, schrijven de beide bewindslieden. De twee zien er naar eigen zeggen ‘streng op toe dat alle kosten die bij de NAM in rekening kunnen worden gebracht, ook in rekening zullen worden gebracht en houden wij de NAM aan haar volledige betaalverplichting. De mogelijkheid dat dit uitmondt in juridische procedures is reëel. Zoals in de hiervoor aangehaalde brief aan uw Kamer gemeld, bereidt het kabinet zich daarop voor en zal daarbij geen juridisch middel onbenut laten. Over de vervolgstappen zal de Kamer nader geïnformeerd worden.’


Geef een reactie