Het bedrijf werd in juli stilgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens herhaalde overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De eigenaar ging in beroep tegen de boete bij de kantonrechter. Die oordeelde dat er geen reden is de opgelegde boete voorlopig te schorsen. “Voor het treffen van een voorlopige voorziening moet sprake zijn van een spoedeisend belang. In deze zaak is dat niet aannemelijk gemaakt. Een financieel geschil, hoe groot ook, vormt op zichzelf onvoldoende basis voor een spoedeisend belang. De minister heeft bovendien de mogelijkheid geboden tot een betalingsregeling,” aldus de uitspraak. Opmerkelijk is dat een supermarkt deze week wél open mocht na een bestuurlijke sluiting. De accountant had aangetoond dat een sluiting het voortbestaan van de onderneming in gevaar zou brengen.
Het uitzendbureau was eerder, in mei 2024, al beboet voor overtredingen van artikel 18b, tweede lid, van de Wml. Bij die gelegenheid werd het bureau tevens gewaarschuwd dat bij herhaling een bevel tot stillegging kan volgen. De nieuwe boete en het stilleggingsbevel werden opgelegd naar aanleiding van inspecties in september 2024, waarbij opnieuw overtredingen werden geconstateerd. De inspectie constateerde dat voor zes werknemers, die via een ander schoonmaakbedrijf (CSU) waren ingeleend, onvoldoende of onjuiste documenten waren aangeleverd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld hoeveel (bruto)loon en vakantiebijslag was betaald, noch het aantal daadwerkelijk gewerkte uren.
In de mond gelegd
Het uitzendbureau vroeg de kantonrechter om herziening van de sancties en voerde aan dat het alle gevraagde documenten had overgelegd en volledig had meegewerkt aan het onderzoek. Ook stelde de eigenaar dat verklaringen van werknemers onbetrouwbaar zouden zijn doordat inspecteurs woorden in hun mond zouden hebben gelegd. De voorzieningenrechter ging hier niet in mee. Uit de verklaring van de inspecteurs bleek dat de opmerkingen pas aan het einde van de gesprekken waren gemaakt en geen invloed hadden op de afgenomen verklaringen. Verder concludeerde de rechter dat het bureau onvoldoende toelichting had gegeven op de onduidelijkheden in de aangeleverde stukken, waardoor de minister terecht kon oordelen dat de Wml opnieuw was overtreden.
Grote schade
Ook de proportionaliteit van het stilleggingsbevel kwam aan bod. Het uitzendbureau stelde dat de maatregel onevenredig zou zijn omdat uitzendkrachten de dupe worden en inleners moeite zouden hebben om personeel te vinden. Daarnaast wees het bureau op de financiële gevolgen en de aantasting van haar reputatie. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de gevolgen voor werknemers en inleners niet automatisch maken dat het bevel onevenredig is. Er is volgens de rechtbank een vangnetregeling getroffen via de Algemene Bond Uitzendondernemingen, waardoor uitzendkrachten, indien gewenst, elders werk en huisvesting kunnen vinden. Financiële schade voor het uitzendbureau is inherent aan een stillegging en valt binnen de wettelijke kaders.
Daarnaast stelde het uitzendbureau dat zij inmiddels maatregelen had genomen om toekomstige overtredingen te voorkomen, waaronder het gebruik van salarissoftware. De rechter wees erop dat software alleen geen garantie biedt dat minimumloon en vakantiebijslag correct worden uitbetaald en dat er nog steeds onduidelijkheid bestond over de aangeleverde documenten. Hierdoor was er onvoldoende zekerheid dat toekomstige overtredingen zouden worden voorkomen.
Nul op rekest
Concluderend wees de voorzieningenrechter beide verzoeken om een voorlopige voorziening af. De boete van €153.000 blijft gehandhaafd, en het bevel tot preventieve stillegging geldt voorlopig voor twee maanden, zoals opgelegd door de minister. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Proceskosten of vergoeding van griffierechten zijn niet toegewezen.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie