Opvallend in deze procedure is dat de eiser juridisch gezien geen cliënt is van Verstegen. In een eerdere rechtszaak, die in april 2024 speelde, oordeelde de rechtbank namelijk dat hij geen contractuele wederpartij was en dus geen beroep kon doen op wanprestatie. Zijn vordering werd daarom afgewezen.
Dit keer kiest hij voor een andere route: hij beroept zich niet op een overeenkomst, maar op onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Op die grond vraagt hij de rechter om Verstegen aansprakelijk te stellen voor dezelfde schadeposten, waaronder bedragen van € 43.722 en € 6.483. Het feit dat er geen klantrelatie bestaat, staat een procedure nu niet in de weg.
Verweer Verstegen
Verstegen probeerde de nieuwe zaak te blokkeren door een incident (een procedureel tussengeschil) in te dienen. Volgens het kantoor was er sprake van ‘gezag van gewijsde’: de kwestie zou al definitief zijn afgedaan in het vonnis van 2024. Daarmee zou de eiser niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Maar de rechtbank verwierp dat verzoek. Hoewel dezelfde schadeposten worden opgevoerd, gaat het dit keer om een andere juridische grondslag. De rechter benadrukte dat een beroep op onrechtmatige daad opnieuw aan de rechter kan worden voorgelegd, ook al zijn de feiten grotendeels hetzelfde.
Geen tussentijds hoger beroep
Naast de niet-ontvankelijkheidsvordering vroeg Verstegen om tussentijds hoger beroep mogelijk te maken, zodat de kwestie direct aan het gerechtshof kon worden voorgelegd. Ook dat verzoek wees de rechtbank af. Alleen bij bijzondere omstandigheden is tussentijds beroep toegestaan, en daar was volgens de rechtbank geen sprake van.
Wordt vervolgd
Omdat het kantoor in het incident ongelijk kreeg, moet Verstegen de proceskosten van de eiser betalen (€ 792). De inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak moet nog volgen. Verstegen dient op 5 november 2025 zijn conclusie van antwoord in te dienen. Daarna zal de rechtbank beoordelen of het accountantskantoor daadwerkelijk onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie