Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is het op verschillende onderdelen niet eens met een oordeel van de Accountantskamer over het werk van een RA. In mei vorig jaar kreeg de accountant een berisping opgelegd omdat hij ondeugdelijk werk had afgeleverd met een schade-expertiserapport voor een aansprakelijkheidsverzekeraar. Ook het CBb vindt dat de accountant daarbij tekortschoot, maar oordeelt milder dan de Accountantskamer. De berisping vindt het CBb daarom ook te zwaar, de RA krijgt in plaats daarvan een waarschuwing.
Uitspraak: ECLI:NL:CBB:2020:597
Bouwvergunning
Een bouwbedrijf kreeg in 2008 een bouwvergunning van een gemeente, maar daar was niet iedereen het mee eens. Na diverse bestuursrechtelijke procedures is de bouwvergunning pas eind 2014 onherroepelijk geworden. Het bouwbedrijf startte een procedure tegen de gemeente: het wilde vergoeding van de geleden (vertragings)schade. Het betreffende besluit uit 2008 was onrechtmatig, omdat aan de bouwvergunning een gebrek bleek te kleven. De rechter kende de eis toe. De schade werd begroot op € 1.719.104.
Schadebegroting voor verzekeraar
De verzekeraar van de gemeente liet op haar beurt de schade begroten in een expertiserapport en schakelde daarvoor de RA in. Die concludeerde dat er geen onafhankelijk bureau is ingeschakeld voor de schadebegroting en dat de berekening niet deugt. Hij stelde de maximale vertragingsschade op € 239.575.
Berisping Accountantskamer
Het bouwbedrijf stapte vervolgens naar de Accountantskamer over het rapport van de RA. De tuchtrechter verklaarde een deel van de klachten gegrond. Zo werden schendingen van de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en objectiviteit (en in casu ook de zichzelf opgelegde onafhankelijkheid) geconstateerd, waardoor op de juistheid van de rapportage van de RA en met name van de daarin opgenomen conclusies over de door het bouwbedrijf geleden schade volgens de Accountantskamer niet kon worden vertrouwd. Daardoor had de RA naar het oordeel van de Accountantskamer ook aangetoond onvoldoende te beseffen dat hij als accountant in de zaak niet alleen het belang van zijn opdrachtgever maar ook het algemeen belang had te dienen, mede gelet op de toegevoegde waarde die in het maatschappelijk verkeer aan een accountantsrapport in een gerechtelijke procedure moet kunnen worden toegekend. Ook was van de door de RA toegezegde onafhankelijke houding volgens de tuchtrechter onvoldoende gebleken.
Hoger beroep
De RA ging in hoger beroep tegen die uitspraak. Het CBb is van oordeel dat de Accountantskamer terecht heeft gevonnist dat de accountant de onderzoekswerkzaamheden van een andere accountant (die de deugdelijkheid van de schadeberekening door het bouwbedrijf bevestigde) ongefundeerd heeft bekritiseerd.
Over twee andere klachtonderdelen heeft het CBb deels een ander oordeel dan de Accountantskamer. De Accountantskamer had naar het oordeel van het CBb klachtonderdeel a (dat de RA niet heeft vermeld volgens welke vaktechnische regels hij het expertiserapport, dat een assurancerapport betreft, heeft opgesteld, welke informatie hij heeft gebruikt, welke werkzaamheden hij heeft verricht en of en hoe hij hoor en wederhoor heeft toegepast) slechts gedeeltelijk gegrond dienen te verklaren. Het College is wel, net als de Accountantskamer, van oordeel dat de RA in zijn rapport ten onrechte niet heeft vermeld wat zijn opdracht precies inhield en welke vaktechnische regels daarop van toepassing waren. Ook heeft hij in zijn rapport geen helderheid verschaft over de aard van de verrichte werkzaamheden, door niet te benoemen of sprake is van een assurance-, een aan assurance verwante of een overige opdracht. Ook heeft hij niet vermeld welke standaarden en/of handreikingen van toepassing waren.
Assurance
De Accountantskamer is volgens het CBb bij klachtonderdeel b (de RA heeft zonder deugdelijke grondslag assurance verstrekt en vernietigende kritiek geleverd op het Dicoprapport) deels buiten de klacht getreden en ten onrechte tot de slotsom gekomen dat het klachtonderdeel slaagt voor zover het ziet op de post juridische kosten. Voor de posten rentekosten en begeleidingskosten is de Accountantskamer terecht tot de slotsom gekomen dat de RA zonder deugdelijke grondslag conclusies heeft getrokken. Voor zover de klachtonderdelen gegrond zijn, heeft de accountant gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Het College acht de klachtonderdelen dus deels gegrond, maar onderschrijft niet alle overwegingen van de Accountantskamer. Het CBb acht, alle omstandigheden in aanmerking nemend, de maatregel van berisping te zwaar en legt daarom de maatregel van waarschuwing op.


Geef een reactie