
De Wet toekomst pensioenen roept veel vragen op. De auteurs van Pensioen Vanmorgen beantwoorden in een whitepaper een aantal van deze vragen. Er staat bijvoorbeeld een overzicht in van de bestaande pensioenregelingen en de gevolgen van de Wtp per uitvoerder. Ook de gevolgen van de overstap naar een vlakke premiestaffel komt aan bod.
In het artikel van Theo Gommer staat een overzicht van de bestaande pensioenregelingen en de gevolgen van de Wtp per uitvoerder. Afhankelijk van de soort pensioenregeling, de uitvoerder én de keuzes die het pensioenfonds maakt, pakt de Wtp anders uit. Daarnaast kunnen werknemers steeds meer keuzes maken die de uitkomst ook kunnen beïnvloeden. Daar gaat Bart van de Wouw in zijn artikel op in. Hij wijst op de keuzebegeleiding die pensioenuitvoerders moeten inrichten en de rol die een werkgever daar in kan spelen.
Nu de verwachting niet is dat de uitvoerders richting hun deelnemers maatwerk kunnen leveren, kan de werkgever daar een actieve rol pakken en zich van andere werkgevers onderscheiden die zich afzijdig houden van het pensioendossier. Van de Wouw wijst op onderzoek waaruit blijkt dat een 1-op-1 gesprek het hoogste gewaardeerd wordt door werknemers. Door deze 1-op-1 gesprekken voor werknemers mogelijk te maken, grijpt de werkgever haar kans om die rots in de branding te zijn op het moment dat het er echt toe doet.
Royale arbeidsvoorwaarde
Ook professor Lisa Brüggen (directeur van pensioendenktank Netspar en hoogleraar financiële dienstverlening aan Universiteit Maastricht) toont zich in een interview voorstander van het empoweren van de werkgever. ‘De werkgever speelt een ontzettend belangrijke rol op pensioenvlak, maar beseft dat niet altijd. Het is de meest royale secundaire arbeidsvoorwaarde die je werknemers biedt’, zegt ze. ‘Maar de juiste kennis ontbreekt vaak. Je zou als pensioenfonds misschien beter je tijd kunnen steken in het empoweren van de werkgever dan deelnemers informatie sturen waar je ook niet heel veel mee bereikt.’
Brüggen maak zich daarnaast zorgen over de pensioenopbouw van de zelfstandig ondernemer. Die krijgt meer mogelijkheden in de derde pijler, zoals Theo Willemssen in zijn artikel laat zien, maar benut hij deze ook? Willemssen gaat ook in op de situatie van de dga. ‘Onder de Wtp valt de dga opnieuw buiten de definitie van werknemer. Dat is eigenlijk best vreemd en ongewenst. Het nieuwe stelsel beoogt een arbeidsvormneutraal pensioenkader te bieden, maar kennelijk is die inclusiviteitsgedachte niet aan de dga besteed. Het zal betekenen dat de huidige praktijk van een zeer schaars aanbod van individuele dga-pensioenproducten zal blijven bestaan.’
Compensatie
Kees Beishuizen gaat tot slot in op de gevolgen van de overstap naar een vlakke premiestaffel. De vlakke premiestaffel is gunstig voor de jongere deelnemers. Hun inleg kan immers langer renderen en daarmee kan er per saldo voor de jongere deelnemer een hoger pensioen aangekocht worden. Voor oudere deelnemers pakt de vlakke staffel minder gunstig uit. De inleg kan minder lang renderen en levert hiermee naar verwachting een minder hoog pensioen op. Deze onevenwichtigheid zal leiden tot een compensatievraag van met name oudere deelnemers zowel bij pensioenfondsen alsook bij verzekerde regelingen. Beishuizen laat aan de hand van voorbeelden zien hoe dat in de praktijk uitpakt.


Geef een reactie