In het huidige wetsvoorstel, waarover gisteren werd gedebatteerd, is al een speciale regeling opgenomen voor startende ondernemingen. Voor aandelen en winstbewijzen in deze bedrijven geldt onder voorwaarden niet de vermogensaanwasbelasting, maar een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat belastingheffing pas plaatsvindt bij verkoop of wanneer niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan. Het kabinet wil hiermee voorkomen dat beleggers in jonge ondernemingen worden belast over niet-gerealiseerde waardestijgingen.
Huidige definitie schiet tekort
De bestaande definitie van een startup in het wetsvoorstel is gebaseerd op relatief eenvoudige criteria, zoals bestaansduur en een maximumjaaromzet. Volgens het kabinet sluiten deze maatstaven onvoldoende aan bij de praktijk en de specifieke kenmerken van startups en scale-ups. De ambitie om tot een betere afbakening te komen werd al eerder aangekondigd in een Kamerbrief van juni 2025.
De uitwerking van een verfijnde definitie blijkt echter complexer dan verwacht. Daardoor is besloten de nieuwe definitie niet via een nota van wijziging in het lopende box 3-wetsvoorstel op te nemen.
Aparte wet, gekoppeld aan medewerkersparticipaties
In plaats daarvan kiest het kabinet voor een afzonderlijk wetsvoorstel, waarin de nieuwe definitie van startups en scale-ups wordt vastgelegd. Deze zal direct worden gekoppeld aan de nieuwe fiscale regeling voor medewerkersparticipaties in startups en scale-ups. Voor beide regelingen zal dezelfde definitie worden gehanteerd, om inconsistenties te voorkomen.
Het afzonderlijke wetsvoorstel wordt naar verwachting uiterlijk in maart 2026 opengesteld voor internetconsultatie.


Geef een reactie