De voormalig partner van EY had twee tuchtklachten ingediend tegen leidinggevenden, maar die strandden bij de Accountantskamer. De eerste zaak gaat om het verwijt dat een RA als leidinggevende geen actie had ondernomen zoals voorgeschreven door de klokkenluidersregeling van EY. In hoger beroep neemt het CBb de conclusie van de tuchtrechter over dat Van Gelderen niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2018 een melding van misstanden heeft gedaan bij de leidinggevende. “Deze kon dan ook niet worden verweten dat hij geen actie heeft ondernomen overeenkomstig de kllokkenluidersregeling. Toen deze leidinggevende in 2020 wel bekend werd met de melding, heeft hij daar onderzoek naar laten doen.”
Wilde zelf geen klokkenluider zijn
Van het negeren van meldingen of meewerken aan repercussies tegen Van Gelderen is geen sprake. Die heeft zelf benadrukt geen klokkenluider te willen zijn, aldus het CBb. “De leidinggevende (als bestuurder) kan dan ook niet worden verweten dat hij de voormalig partner niet heeft gewezen op de klokkenluidersregeling of dat hij de procedure uit deze regeling niet in gang heeft gezet.”
In de tweede zaak klaagde Van Gelderen over een andere RA, maar die was volgens zowel CBb als de Accountantskamer niet betrokken bij de afhandeling van de meldingen die hij heeft gedaan. “Daarom kan deze bestuurder daar tuchtrechtelijk niet op worden aangesproken.”
Melding misstand kwam hem zelf duur te staan
Van Gelderen voert al jaren een strijd tegen EY na een voorval in 2018. Hij ontdekte toen dat een collega informatie had gelekt aan Accenture. Hij vertelde dat aan zijn leidinggevende, maar die gaf juist Van Gelderen een waarschuwing en een korting op zijn beloning omdat hij de bedrijfsregels zou hebben geschonden. De leidinggevende zou hem ook hebben geïntimideerd.
Een melding in het kader van de klokkenluidersregeling leidt niet tot actie en uiteindelijk dient Van Gelderen tegen de twee betrokken RA’s tuchtklachten in. Maar die werden in 2023 afgewezen door de Accountantskamer: een van hen was helemaal niet bij de kwestie betrokken en de ander (een ex-CEO) was niet aantoonbaar op de hoogte. Dat oordeel is nu door het CBb overgenomen.


Geef een reactie