‘Ik vind het echt heel moedig dat je hier zit.’ Ze kijkt naar de vrouw die tegenover haar. Hoe moet ze die toon interpreteren? Hoopgevend, krachtig? Ze kijkt de kamer rond. Gestileerd, is het woord dat als eerste bij haar opkomt. Ingelijste zwart-wit foto’s van woestijnen en oceanen markeren de witte muren van de ruimte waar ze zit. In het midden staat een glazen tafel en daaromheen staan drie leren zwarte fauteuils. In één daarvan zit zij en in de ander Carolien, de vrouw die haar moedig noemt.
‘Mag je van jezelf verdrietig zijn?’
Marga trekt haar schouders op. Verdriet, boosheid, lethargie, opstandigheid, machteloosheid allemaal strijden ze om voorrang in haar hoofd. Daarom is ze hier. Het is gatenkaas, spaghetti, een doolhof. Dat had ze ook tegen Carla gezegd. Ze begint te tellen tweeduizendnegenenveertig, tweeduizendvijftig, tweeduizendeenenvijftig. Zo krijgt ze weer controle. Carla had haar geadviseerd om contact op te nemen met een psycholoog. ‘Je bent zo timide,’ had ze opgemerkt. ‘Dat vind ik niets voor een jonge vrouw zoals jij .’
Marga had het afgewimpeld. ‘Er is niets aan de hand. Iedereen is toch wel eens down. Dan hoeft er toch niet meteen iets aan de hand te zijn?’ Carla had haar een schouderklopje gegeven. ‘Mijn deur staat altijd open dat weet je.’
Een paar weken later was ze met Carla op bezoek bij een klant. Tijdens dat bezoek werd de jaarrekening besproken en aan het eind kwam het gesprek nog even op de actualiteit. Een documentaire waarin deelnemers aan een talentjacht hun beklag deden over onoorbaar gedrag van enkele coaches. Marga barstte in huilen uit en rende naar het toilet. Een paar minuten later keerde ze terug. ‘Sorry, sorry. Ik vind het zo erg voor die deelnemers. Af en toe ben ik denk ik iets te veel betrokken. Heb ik wel vaker last van.’
‘Geeft niets,’ zei de klant. ‘Het laat zien dat je nog een hart hebt.’
Terug op weg naar kantoor, merkte Carla op. ‘Wat was dat nu? En kom niet aan met de opmerking dat je zo betrokken bent? Je bent al sinds je hier gestart bent met werken zo timide als wat.’
Daarna bleef het stil. Terug op kantoor merkte Carla alleen nog op dat Marga er verstandig aan zou doen, hulp te zoeken met daarbij het aanbod dat ze hierin wilde meedenken.
Eenmaal thuis bekeek Marga de documentaire. Ze voelde woede opkomen, toen de slachtoffers hun verhaal deden. ‘Ik werd in een hoek gedrukt.’ ‘Hij zocht altijd momenten om met mij alleen te zijn.’ ‘Ik dacht dat ik de enige was.’
’s Nachts kwamen alle beelden van dat verschrikkelijke nieuwjaarsfeest weer naar boven.
Een paar dagen later ging ze naar Carla. ‘Ik heb hulp nodig.’
Carla deed de deur van haar kantoor dicht en een bood haar een stoel aan. Marga slaakte een diepe zucht en ging zitten.
‘Goed dat je er bent. Waarmee kan ik je helpen?’
‘Mijn hoofd zit vol. Er kan niets meer bij. Ik ben op zoek naar een ventiel.’
Beiden moesten grinniken.
‘Heeft je volle hoofd met je werk te maken?’
Wat moest ze hier nu weer op antwoorden.
‘Dat vind ik een lastige vraag.’
‘Heeft het met ons kantoor te maken?’
Marga zuchtte nog maar eens een keer en schudde nee. Ze was niet van plan om aan Carla te vertellen waarom haar hoofd helemaal vol zat. Ze schaamde zich nog steeds voor de huilbui bij de klant.
Er viel een stilte. Marga keek naar Carla, die ondertussen haar laptop had dichtgeklapt. Wat zou Carla nu denken: had ik haar maar nooit aangenomen? Vanmorgen leek het allemaal zo makkelijk. Gisteravond had ze het besluit al genomen. Morgen ga ik hulp vragen en dan zou Carla haar meteen naar de juiste persoon sturen. Maar nu het zover was, leek het er meer op dat ze verstoppertje aan het spelen was.
‘Ik kan niet ruiken wat je hebt,’ verbrak Carla de stilte. ‘Ik wil je helpen, maar dan heb ik wel iets meer informatie nodig.’
‘Het is eigenlijk privé, maar ook weer niet helemaal. Maar het heeft niets met dit kantoor te maken. Maar ik snap dat je daar niets mee kan, en als je mij zo niet kan helpen dan snap ik dat ook wel weer. Ik denk dat ik maar weer eens aan het werk ga.’
‘Ik denk dat je iets heel ergs hebt meegemaakt Marga en dat het belangrijk is dat er iemand de tijd neemt om daarnaar te luisteren.’
Nu zat ze dus hier bij Carolien, die haar vraagt of ze ooit wel eens overwogen had om de ongewenste intimiteit van Joost aan een vrouwelijk vennoot op haar vorige kantoor te vertellen.
‘Vanaf het begin voelde ik mij vies en schuldig. Ik verwijt mijzelf nog steeds dat ik het zelf heb uitgelokt. Ik had teveel drank op, ik was misschien net iets te feestelijk gekleed. Misschien was het wel helemaal geen opzet van Joost.’
‘Maar het is wel echt gebeurd en je hebt nog steeds een vies gevoel.’
Marga kijkt naar de lamp die boven de tafel hangt, een zwarte houder met daaromheen een brede rand van glas.
‘Ja ik voel me nog steeds vies en elke dag denk ik dat iedereen aan mij ziet dat ik vies en smerig ben. Dus als ik onder de douche ga, hoop ik dat het vuil van mij afspoelt en via het doucheputje het riool ingaat, zodat iedereen ziet dat ik schoon ben.’
Marga kijkt naar Carolien en ziet haar aantekeningen maken.
‘Wat gaat er nu gebeuren?’ vraagt Marga aan Carolien?
‘Dat hangt van jou af. Wat wil je zelf?’
‘Ik wil weer schoon zijn. Ik wil genieten van de zon als die schijnt. Ik wil zoveel.’
Carolien legt haar pen neer.
‘Ik snap je wens en ik ga je daarbij helpen. Maar het zal vooral hard werken voor jezelf zijn. Wat ik in ieder geval wil is dat je stopt met jezelf twee keer per dag te douchen en schoon te schrobben met groene zeep. Je mag nog één keer per dag douchen en je gaat vandaag nog naar een drogist om voor jezelf een lekkere doucheschuim te kopen. Voel je de drang om toch vaker te gaan douchen? Dan pak je een schrijfblok en een pen en dan ga je opschrijven wat je denkt en voelt een halfuur lang dan stop je. En we maken een afspraak voor volgende week.’
Als Marga opstaat en naar de deur loopt blijft ze heel even in de deuropening staan. ‘Mag het ook op de computer?’
‘Liever niet.’
‘Dan moet ik ook een schrijfblok kopen.’
Jan Wietsma
Eerdere afleveringen:


Geef een reactie