Een registeraccountant wordt verweten dat hij de jaarrekeningen van twee projectvennootschappen heeft samengesteld op basis van continuïteit, waarmee de buitenwereld volledig op het verkeerde been wordt gezet, aangezien er aan het personeel is meegedeeld dat aangestuurd werd op een gecontroleerd faillissement.
De accountant heeft bij de jaarrekeningen over 2012 van twee projectvennootschappen, die deel uitmaken van een groep vennootschappen die zich bezig houdt met projectontwikkeling , samenstellingsverklaringen afgegeven. In die jaarrekeningen was een continuïteitsparagraaf opgenomen.
Klacht
De accountant wordt verweten dat hij de jaarrekeningen van de projectvennootschappen heeft samengesteld op basis van continuïteit, waarmee de buitenwereld volledig op het verkeerde been wordt gezet, aangezien er aan het personeel is meegedeeld dat aangestuurd werd op een gecontroleerd faillissement.
Gronden van de beslissing
De bestuurder van de vennootschap die zich bezig met projectontwikkeling stelt dat uit een mededeling die aan het personeel is gedaan, blijkt dat de directie van de groep had besloten het geheel van de werkzaamheden (onmiddellijk of op termijn) van deze rechtspersonen te beëindigen. Uit de overgelegde stukken blijkt echter niet dat een dergelijk besluit is genomen. Dat zich andere omstandigheden voordeden die maakten dat duurzame voortzetting van het geheel van de werkzaamheden van de rechtspersonen onmogelijk was is gesteld noch gebleken, zo stelt de Accountantskamer. Daarvan uitgaande is er volgens de rechter in zoverre geen reden om te oordelen dat de keuze voor waardering van activa en verplichtingen op basis van de
continuïteitsveronderstelling op ontoereikende gronden berust.
Niettemin concludeert de Accountantskamer dat de toelichting bij de jaarrekening van beide projectvennootschappen tekort schiet. Bij een van de vennootschappen was het eigen vermogen negatief en bij beide rechtspersonen was er een aanzienlijk negatief liquiditeitssaldo. In de toelichting op de jaarrekeningen wordt aan deze omstandigheden echter geen aandacht besteed, zoals op grond van RJ 170 wel vereist is.
Beslissing
Volgens de Accountantskamer had er per vennootschap een gerichte analyse moeten worden gemaakt van de mogelijkheid om te komen tot duurzame voortzetting van het geheel van de werkzaamheden van de rechtspersoon. Daarop had de toelichting per vennootschap moeten worden gebaseerd. De Accountantskamer oordeelt dat de accountant heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA. De accountant krijgt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
14/2715 Wtra AK van 27 november 2015
Geef een antwoord