
Het CBb heeft de waarschuwing en geldboete die de Accountantskamer eerder oplegde aan een accountant in business teruggedraaid. Het College vindt het voldoende aannemelijk geworden dat de accountant tijdig aan de overgebleven 12 uur aan PE-verplichtingen had kunnen voldoen, als hem daartoe door de NBA tijdig een herstelkans was geboden. Dat het systeem van de NBA niet de datum registreert waarop een adreswijziging is doorgegeven, dient in dit geval voor risico van de NBA te komen. Daarom moet ervan uit worden gegaan dat de accountant tijdig zijn nieuwe adres aan de NBA heeft doorgegeven. Dat betekent dat brieven naar een onjuist adres zijn gestuurd. De accountant kan daarom niet worden verweten dat hij niet aan zijn PE-verplichtingen heeft voldaan, oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
Waarschuwing Accountantskamer

Hoger beroep
De accountant in business legde zich daar niet bij neer en tekende hoger beroep aan. Met succes, want het CBb stelt hem alsnog in het gelijk. De NBA heeft erkend dat er vanaf 15 oktober 2019 een briefwisseling met de accountant is geweest over een ander onderwerp dan de PE-verplichting waarover deze zaak gaat, waarbij het actuele (juiste) adres van de accountant is gebruikt. De correspondentie met betrekking tot de naleving van de PE-verplichtingen wordt verstuurd vanuit een ander systeem dan het systeem waarin de adreswijziging is doorgegeven. Daardoor is in elk geval de brief van 16 december 2019 aan een onjuist adres gericht terwijl de NBA blijkens de briefwisseling over het andere onderwerp op dat moment kennelijk op de hoogte was van het juiste adres van de accountant. Voor de brieven van 19 juli 2019 en 23 september 2019 kan die conclusie echter niet met zekerheid worden getrokken omdat voor de NBA niet valt te achterhalen wanneer de accountant zijn adreswijziging heeft doorgegeven. De datum waarop een adreswijziging is doorgegeven wordt door het systeem namelijk niet geregistreerd.
Ter zitting heeft de gemachtigde van de NBA desgevraagd verklaard dat hij het voldoende aannemelijk acht dat de accountant in de driejaarscyclus 2016-2018 bij zijn vorige werkgever 48 uur aan PE-activiteiten heeft besteed. Het College is allereerst van oordeel dat, gelet op de in hoger beroep door de accountant naar voren gebrachte omstandigheden en zijn nadere toelichting ter zitting, en in aanmerking nemende het nadere standpunt van de NBA daaromtrent ter zitting, aangenomen moet worden dat de accountant in de driejaarscyclus 2016-2018 bij zijn vorige werkgever inderdaad 48 uur aan PE-activiteiten heeft besteed.
Adreswijziging doorgegeven
Dit betekent dat thans nog dient te worden beoordeeld of de accountant voor het niet besteden van (de overgebleven) 12 uur aan verplichte PE-activiteiten een tuchtmaatregel dient te worden opgelegd. Niet in geschil is dat de accountant in het eerste kwartaal van 2019 is verhuisd en op enig moment in 2019 zijn adreswijziging heeft doorgegeven aan de NBA. Vast staat eveneens dat de brieven van 19 juli 2019 en 23 september 2019 naar zijn oude adres zijn verstuurd. Hetzelfde is gebeurd met de brief van 16 december 2019, hoewel het nieuwe adres van de accountant – gezien de adressering van een andere brief – in elk geval vanaf 15 oktober 2019 bij de NBA bekend was.
Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat de accountant tijdig aan de overgebleven 12 uur aan PE-verplichtingen had kunnen voldoen, als hem daartoe tijdig een herstelkans was geboden.
Het College is van oordeel dat het gegeven dat het systeem van de NBA niet de datum registreert waarop een adreswijziging is doorgegeven, in dit geval voor risico van de NBA dient te komen. Daarom moet ervan uit worden gegaan dat de accountant tijdig zijn nieuwe adres aan de NBA heeft doorgegeven. Dat betekent dat de brieven van 19 juli en 23 september 2019 naar een onjuist adres zijn gestuurd. Daarmee heeft de NBA de accountant de kans ontnomen om de resterende 12 uur aan PE-activiteiten nog tijdig in te halen. De accountant kan daarom niet worden verweten dat hij over de driejaarscyclus 2016-2018 niet aan zijn PE-verplichtingen heeft voldaan. De uitspraak van de Accountantskamer kan om die reden niet in stand blijven. Het hoger beroep is gegrond.



De vraag is niet gesteld of een nalatigheid van 12 van de 60 pe uren ,dat is 20 % voldoende materialiteit heeft om de indiening van een tuchtklacht te rechtvaardigen.
De RA heeft immers voor 80 % aan zijn verplichting voldaan !!