De zaak draait om honderden voetbalshirts, schoenen en andere attributen die jarenlang werden verhandeld door een verzamelaar en handelaar in sportobjecten. Toen de man in 2023 overleed ontstond een geschil over het eigendom van de sportobjecten. De collectie kwam in handen van de zus van de handelaar, diens erfgename. Maar Musero, een bedrijf dat zich richtte op de exploitatie van sport- en cultuurgerelateerde tentoonstellingen, stelde dat de handelaar de voetbalobjecten in consignatie verkocht namens Musero. Daarbij zou 60 procent van de opbrengst naar Musero gaan en 40 procent naar de handelaar. De zus ontkende dat er ooit sprake was van consignatie. Volgens haar had haar broer de stukken gewoon gekocht en dus in eigendom verworven.
Accountant in vizier
Omdat de communicatie over de afwikkeling via de accountant van de overleden handelaar liep, betrok Musero ook hem in de procedure. Het bedrijf wees op een e-mail waarin de accountant schreef dat de goederen tijdelijk in een stalling waren ondergebracht “voor de veiligheid” en waarin hij aangaf dat ze konden worden overgenomen voor de prijs van eerdere facturen. Musero meende daaruit te mogen afleiden dat de accountant de feitelijke houder was van de collectie.
De accountant ontkende dat. Hij verklaarde slechts administratieve ondersteuning te hebben geboden bij de ontruiming van de woning en geen enkele zeggenschap over de spullen te hebben gehad. De rechtbank volgde zijn uitleg en stelde dat er geen bewijs was dat hij houder of bezitter was, of dat hij iets te maken had met de eigendomskwestie.
Eigendom niet aangetoond
De kern van het geschil betrof de vraag of Musero juridisch eigenaar was van de voetbalobjecten. De rechtbank stelde vast dat de erfgename op grond van het erfrecht vermoed wordt rechthebbende te zijn, tenzij het tegendeel wordt bewezen. De door Musero overgelegde facturen, e-mails en een “Koopovereenkomst activa” uit 2013 lieten volgens de rechtbank geen duidelijk beeld zien van een consignatieovereenkomst. De facturen verwezen expliciet naar verkoop, niet naar bruikleen of consignatie. De e-mails waarin een verdeling van opbrengsten wordt genoemd, tonen hooguit een zakelijke samenwerking, maar geen overdracht van eigendom aan Musero.
Verwarring
Extra complicatie was dat Musero zich in de procedure beriep op een koopcontract met “Voetbal Experience B.V.”, een vennootschap die volgens de rechtbank niet in het handelsregister voorkomt. Bovendien blijkt uit de bijlagen bij dat contract dat een groot deel van de tentoongestelde stukken eigendom was van derden, onder wie Stichting Voetbal Totaal.
De erfgename wees er verder op dat Musero in 2020 al een deel van de collectie aan die stichting had teruggegeven. Opmerkelijk detail: de bestuurder van Musero is sinds datzelfde jaar lid van de Raad van Toezicht van Stichting Voetbal Totaal.
Vordering afgewezen
Volgens de rechtbank roept het dossier “meer vragen op dan dat het duidelijkheid biedt” over wie de rechtmatige eigenaar van de voetbalverzameling is. Omdat Musero dat eigendom niet heeft kunnen aantonen, kan geen afgifte worden toegewezen. De erfgename hoeft de goederen niet af te staan, en ook de accountant hoeft niets terug te geven of te verklaren.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie