Zaaknr: 26/121 Wtra AK
De klacht was ingediend door de NBA. Die stelde dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing van het kantoor vanaf oktober 2024 niet voldeed aan de geldende eisen.
Eerder al verbeterplan nodig
Het kantoor van de accountant werd op 12 oktober 2022 regulier getoetst. De Raad voor Toezicht kwam toen tot het oordeel dat het kwaliteitssysteem verbeterd moest worden en op belangrijke onderdelen niet voldeed aan de geldende voorschriften. De accountant kreeg vervolgens de gelegenheid een verbeterplan op te stellen en in te dienen. Dat plan werd op 29 augustus 2023 onder voorwaarden goedgekeurd.
Bij een hertoetsing op 24 oktober 2024 werden drie samenstellingsopdrachten geselecteerd. De toetsers concludeerden dat het kwaliteitssysteem van het kantoor zowel in opzet als in werking nog steeds onvoldoende was. De reactie van de accountant op het conceptverslag leidde toen niet tot een andere conclusie. De Raad voor Toezicht nam het oordeel van de toetsers op 24 december 2024 over en gaf het kantoor een C-oordeel.
Geen inhoudelijk verweer
De accountant liet in zijn reactie op het klaagschrift weten dat hij geen inhoudelijke opmerkingen had. Ook tijdens de zitting voerde hij geen inhoudelijk verweer. De Accountantskamer verklaarde de klacht daarom zonder verder onderzoek gegrond.
Volgens de Accountantskamer staat vast dat de accountant in meerdere opzichten heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Tekortkomingen bij hertoetsing
Bij het bepalen van de maatregel woog mee dat het ging om een hertoetsing. Door de eerdere kantoortoetsing wist de accountant namelijk al dat zijn kwaliteitssysteem verbetering nodig had. Hij had daarvoor een verbeterplan opgesteld, maar dat plan is volgens de Accountantskamer onvoldoende uitgevoerd.
Als voorbeeld noemt de Accountantskamer een klant waarvoor de accountant de aangifte vennootschapsbelasting had verzorgd, terwijl die klant niet beschikte over een inrichtingsjaarrekening. Volgens de Accountantskamer bracht het Stappenplan NV NOCLAR in zo’n situatie mee dat de accountant in actie had moeten komen. Dat heeft hij nagelaten.
Vrijwillige uitschrijving maakt maatregel niet overbodig
De accountant had aangegeven dat hij zich vrijwillig wilde laten uitschrijven. Aanvankelijk wilde hij dat per 1 januari 2027 doen, maar later koos hij ervoor dat moment naar voren te halen. De Accountantskamer merkt op dat een vrijwillige uitschrijving er niet aan in de weg staat dat alsnog een tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd.
De tijdelijke doorhaling voor 18 maanden gaat in op de tweede dag nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden en de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging heeft uitgevaardigd. Daarna zorgen de AFM en de voorzitter van de NBA ervoor dat de maatregel, voor zover van toepassing, in de registers wordt opgenomen.


Geef een reactie