PwC-partners in Hongkong krijgen een deel van de opbrengsten uit een eerdere verkoop niet meer uitgekeerd. Dat meldt de Financial Times op basis van een interne e-mail aan voormalige partners. Het gaat om opbrengsten uit de verkoop van PwC’s global mobility-tak in 2022, die volgens de zakenkrant over meerdere jaren aan partners zouden worden verdeeld.
Opbrengst blijft bij PwC
De global mobility-tak adviseerde bedrijven onder meer over belasting- en immigratiekwesties bij internationale uitzendingen van personeel. PwC verkocht de tak in 2022 aan de Amerikaanse investeerder Clayton Dubilier & Rice. Met de verkoop was volgens de FT 2,2 miljard dollar gemoeid. Partners die destijds lid waren van de Hongkongse partnership zouden meedelen in de opbrengst.
Volgens een interne e-mail, ingezien door de Financial Times, heeft PwC besloten de resterende opbrengsten uit de verkoop van de global mobility-tak niet verder uit te keren aan partners. Nog niet uitgekeerde bedragen vervallen en worden voortaan ingezet voor de bedrijfsvoering en investeringen van de organisatie. De e-mail vermeldt daarbij dat het management zich altijd het recht had voorbehouden om te beslissen over deze uitkeringen. Het besluit raakt volgens de zakenkrant zowel huidige als voormalige partners. PwC wil tegenover de FT niet inhoudelijk reageren op interne financiële aangelegenheden.
Boete en beperking voor PwC Hong Kong
Het besluit volgt kort nadat PwC Hong Kong werd geconfronteerd met ingrijpende maatregelen naar aanleiding van tekortkomingen in de controle van China Evergrande. In april kwam naar buiten dat de financiële impact van deze maatregelen in Hongkong oploopt tot ongeveer 1,3 miljard Hongkongse dollar. Hiervan is 1 miljard Hongkongse dollar bestemd voor compensatie van in aanmerking komende onafhankelijke minderheidsaandeelhouders van Evergrande. Daarnaast legde de Accounting and Financial Reporting Council PwC Hong Kong een boete van 300 miljoen Hongkongse dollar op en werd de accountantspraktijk voor zes maanden beperkt in het uitvoeren van nieuwe controleopdrachten bij public interest entities.
De Securities and Futures Commission verwijt PwC onvoldoende controle op de juistheid en betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving van Evergrande in 2019 en 2020, waarbij volgens de toezichthouder sprake was van misleidende verslaggeving. De Accounting and Financial Reporting Council concludeerde daarnaast dat sprake was van ernstige tekortkomingen in de controlewerkzaamheden, waaronder een gebrek aan professioneel-kritische houding en tekortkomingen op het gebied van onafhankelijkheid en governance. Ook werden twee voormalige verantwoordelijke personen gezamenlijk beboet met 10 miljoen Hongkongse dollar.
Claim van curatoren
Daarmee is de zaak voor PwC nog niet afgerond. De curatoren van Evergrande hebben PwC aangeklaagd wegens vermeende nalatigheid in de controle. De zaak in Hongkong draait om de vraag in hoeverre PwC aansprakelijk kan worden gehouden voor de boekhoudproblemen bij Evergrande en de schade die daarop volgde.
In mei werd duidelijk dat de curatoren 57 miljard yuan, omgerekend 8,4 miljard dollar, van PwC claimen. Volgens Reuters richt de zaak zich op meerdere PwC-entiteiten, waaronder PwC International, PwC Hong Kong en de Chinese tak. PwC betwist de aansprakelijkheid.
PwC ligt al langer onder vuur in het Evergrande-dossier. In 2024 kreeg PwC China een recordboete van 441 miljoen yuan, omgerekend ongeveer 58 miljoen euro, en een schorsing van zes maanden vanwege fouten bij de controle van Evergrande.
Dossier blijft doorwerken
Evergrande groeide jarenlang uit tot een van de grootste vastgoedconcerns van China, maar kwam in 2021 in grote financiële problemen. Het concern werd in januari 2024 door een rechtbank in Hongkong geliquideerd. De fraude bij Evergrande draaide volgens toezichthouders onder meer om te vroeg geboekte vastgoedverkopen en opgeblazen omzetcijfers over 2019 en 2020.
De beslissing over de partneruitkeringen komt bovenop de eerdere maatregelen en juridische procedures rond PwC in het Evergrande-dossier. Daarmee verschuift de impact van de affaire niet alleen naar toezicht, boetes en claims, maar ook naar de interne verdeling van opbrengsten binnen de Hongkongse praktijk.


Geef een reactie