De twee RA’s hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek gedaan. Dat rapport leidde tot een beslaglegging en een rechtszaak. De klaagster stapte naar de Accountantskamer: het rapport is namelijk geen rapport van feitelijke bevindingen, maar een persoonsgericht onderzoek, zo claimt ze. De RA’s hebben niet de juiste deskundigen ingeschakeld en onvoldoende hoor en wederhoor toegepast, zo klaagt ze verder. Op de zitting bleek al dat het rapport tijdens de rechtszaak die het gevolg was van het onderzoek, werd afgeschoten door de rechter.
Geen oordeel verlangd
De tuchtrechter overweegt dat het onderzoek primair een fraudeonderzoek was en secundair een onderzoek naar de vraag of de Jeugdwet-declaraties rechtmatig zijn. “Uit de opdracht blijkt niet dat van betrokkenen assurance of een oordeel werd verlangd.” De Accountantskamer is van mening dat beide RA’s een persoonsgericht onderzoek hebben gedaan, oftewel een ‘overige opdracht’ en geen aan assurance verwante opdracht. “Uit de offerte van betrokkenen en de opdracht blijkt dat niet. Het blijkt ook niet uit de inhoud van het rapport. Uit de daarin gehanteerde bewoordingen kan ook niet worden afgeleid dat betrokkenen assurance of een oordeel hebben gegeven of dat hebben gesuggereerd.”
Het primaire doel van het onderzoek was of de klaagster had gefraudeerd door middel van zorgdeclaraties. “Daardoor was het een persoonsgericht onderzoek. Indien het onderzoek had uitgewezen dat sprake was van fraude, dan was op voorhand aannemelijk dat straf- en/of civielrechtelijke consequenties voor klaagster zouden kunnen volgen.”
Verkeerd gepresenteerd
De tuchtrechter oordeelt dat het fraudeonderzoek door de advocaat van de RA’s is gepresenteerd als een feitenonderzoek. Die heeft letterlijk aangegeven dat “er een rapport van feitelijke bevindingen is opgeleverd”. De RA’s hebben dat niet weersproken. “Betrokkenen hebben in beide gevallen (de advocaat een onjuist standpunt laten vertolken of dat onjuiste standpunt later niet corrigeren) het fundamentele beginsel van integriteit geschonden.”
Opdrachtgever bepaalde dossierselectie
De klacht dat de RA’s de opdrachtgever invloed hebben laten uitoefenen op de inrichting en uitvoering van hun werkzaamheden is ook gegrond. Er is van het controleplan afgeweken dat onderdeel is van de opdracht door 100 dossiers te selecteren aan de hand van bepaalde criteria. Die selectie is niet door de RA’s gemaakt. In het controleplan stond namelijk dat er willekeurig dossiers zouden worden geselecteerd. “In de e-mail van de contactmanager Jeugd is niets gezegd over deze afwijking en betrokkenen hebben er ook niets mee gedaan, hoewel het op hun weg lag de gemeenten erop te wijzen, omdat van de opdracht werd afgeweken en het voor de uitkomsten van het onderzoek verschil kan maken of aselect dossiers zijn getrokken of aan de hand van bepaalde criteria. In het laatste geval konden de gemeenten immers invloed uitoefenen op het onderzoek en de uitkomsten ervan door bijvoorbeeld dossiers te selecteren waarin volgens hen waarschijnlijk sprake was van fraude en/of onrechtmatige declaraties.”
De RA’s hebben deze bedreiging van de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit ten onrechte niet opgemerkt. “Betrokkenen hebben in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit gehandeld.”
Geen hoor en wederhoor
Verder hebben de RA’s in het onderzoek geen hoor en wederhoor toegepast. Er is wel met klaagster gesproken, maar er zijn geen inhoudelijke vragen gesteld. In het toegestuurde conceptrapport stond niet op grond waarvan, en in welke van de 100 dossiers, de RA’s hadden geconcludeerd dat sprake was van (niet declarabele) behandeling en (wel declarabele) begeleiding en van niet declarabele indirecte uren.
De RA’s brengen daartegen in dat zij inderdaad uitgebreider hadden moeten horen en wederhoren en dat zij hadden verwacht dat de gemeenten hun rapport eerst met de klaagster zouden bespreken. In plaats daarvan is op basis van het rapport meteen een gerechtelijke procedure tegen klaagster ingesteld. “Naar het oordeel van de Accountantskamer hebben betrokkenen onvoldoende gehoord en wedergehoord, zoals zij zelf hebben erkend. Het verweer dat het wederhoren op verzoek van de regio’s schriftelijk is gebeurd, slaagt niet. In de eerste plaats hebben betrokkenen blijkbaar niet onderkend dat daarin een bedreiging van de van hen verlangde objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid lag besloten.” Ten tweede hebben ze geen gesprek aangeknoopt naar aanleiding van opmerkingen over het conceptrapport. Daardoor mist het rapport een deugdelijke grondslag.
Deskundige was getrouwd met RA
De RA’s gingen ook de mist in door wel deskundigen in te schakelen, maar zonder deskundigheid op het terrein van de jeugdzorg. Er is ook een deskundige ingeschakeld die met een van de RA’s is getrouwd: dat was een bedreiging van de objectiviteit. Tuchtrechtelijk verwijtbaar is ook dat de RA’s niet hebben aangegeven op grond van welk toetsingskader is bepaald of er in een dossier sprake was van behandeling of begeleiding. Zij hadden ook de klaagster om een toelichting moeten vragen op de bevindingen.
Er zijn nog meer fouten gemaakt: de berekening van de gemiddelde omzet per medewerker deugt niet en de toelichting van de klaagster op zes dossiers is niet verwerkt. Tot slot is de Accountantskamer met de klaagster van mening dat de RA’s hun opdracht hadden moeten teruggeven danwel hun rapport hadden moeten intrekken na kritiek van de klaagster. “Betrokkenen hadden de (advocaten van de) gemeenten dienen te berichten dat het rapport niet voldeed aan de eisen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en dat het rapport niet voor een gerechtelijke procedure mocht worden gebruikt.”
Niet voldoende bekend met regelgeving
Al met al vindt de Accountantskamer dat de RA’s voor zes maanden moeten worden doorgehaald. “Indien betrokkenen de fundamentele beginselen volledig in acht hadden genomen dan was hun onderzoek anders verlopen en hadden de conclusies van betrokkenen wellicht anders geluid. Het rapport in de huidige vorm heeft tot serieuze consequenties voor klaagster geleid. […] Daarbij is onder meer ook in aanmerking genomen dat betrokkenen de opdracht van de gemeenten hebben aangenomen en uitgevoerd zonder zich voldoende te hebben verdiept in de vraag welke eisen aan hun onderzoek en rapport vanuit de toepasselijke regelgeving worden gesteld. De Accountantskamer heeft op de zitting niet de indruk gekregen dat betrokkenen in voldoende mate bekend zijn met de regelgeving voor accountants, inclusief de handreikingen.”


Onbegrijpelijk dat de Accountantskamer verwijst naar de Handreikingen. Onbevoegd vastgestelde voornamelijk kwaliteitloze misleidende teksten. En in dezen ook niet nodig daar naar te verwijzen. Zeker wanneer een accountant op het gebied van onrechtmatigheid werkzaamheden verricht is uiterste voorzichtigheid en terughoudendheid geboden. En feitelijke bevindingen zijn feitelijke bevindingen zonder kwalificaties, het beste opgeschreven in proces verbaal vorm dan is het risico dat er een oordeel in sluipt het kleinst.
Nog ten aanzien van de opdracht: deze is volgens de uitspraak gericht op “het doel van het onderzoek is het “vaststellen of sprake is van fraude. Secundair vaststellen of de Jeugdwet-declaraties rechtmatig zijn.” Accountants stellen geen fraude vast en evenmin stellen zij vast of declaraties rechtmatig zijn, dat kan alleen de rechter. Zij hebben ook helemaal niet de benodigde bevoegdheden daartoe. Daarom alleen al hadden de accountants c.q. hun werkgever deze opdracht niet mogen aanvaarden. De kans is reëel dat de zaak in hoger beroep wordt behandeld, ik volg hem met belangstelling.