
Het is zaterdagavond en Marga zit op de bank. In haar hand een glas wijn. Ze kijkt naar een documentaire over de impact van corona op de samenleving. Het kijken van documentaires geeft haar rust, het brengt orde in haar denken.
Orde, noodzakelijk in een leven dat geleid moet worden nadat Joost zich aan haar had opgedrongen. Toen ze die avond thuis kwam, stond ze eerst uren onder de douche. Ze hoopte dat het water haar gedachten over wat haar was overkomen, mee zou nemen in het afvoerputje. Dat gebeurde niet. Daarna was ze op bed gaan liggen. Ze voelde zich vies en machteloos. Hoe kan ze zich zo ooit vertonen op kantoor. Ze vreest de roddels van collega’s. Ze snikt zichzelf in slaap.
De volgende ochtend doucht ze opnieuw. Golven van angst, pijn en walging stromen over haar heen. Ze dwingt zichzelf om controle te houden. Focust zich op de knoppen van de kraan. “Blauw rood. Blauw rood. Blauw rood.” zegt ze tegen zichzelf. Op enig moment is ze aan het tellen. Een, twee, drie. Wanneer ze bij de honderd is, merkt ze dat ze rustig wordt. Ze droogt zich af, schiet in haar huispak en gaat op de bank zitten. Als ze merkt dat ze angstig wordt, begint ze weer te tellen. Zo telt ze haarzelf door de dag heen en uiteindelijk in slaap.
De volgende dag moet ze toch naar kantoor. Ze kan toch niet thuisblijven. Wat zou ze moeten zeggen tegen haar leidinggevende?” “Ja, ik kom niet want Joost heeft zich aan mij vergrepen.”
“Wat bedoel je?”
“Ja, op het feest.”
“Op het feest? Doe niet zo gek. Zoiets zou Joost nooit doen. Het was gezellig, misschien heb je wat te veel gedronken en heb je nog last van een kater.”
Ze heeft geen zin in een dergelijk gesprek. Natuurlijk ze zou kunnen bellen of appen met de mededeling dat ze niet komt omdat ze een kater heeft.
Naarmate ze dichter bij kantoor komt, voelt ze dat de spanning en daarmee haar angst toeneemt. In haar gedachten begint ze weer te tellen. Als ze op haar werkplek zit, opent ze haar laptop, doorloopt een aantal veiligheidsprocedures waarna ze in haar eigen werkomgeving terechtkomt. Het eerste wat ze dan doet is het openen van de agenda van Joost. Allemaal afspraken buiten de deur ziet ze. Gelukkig.
Die avond evalueert ze haar eerste werkdag, na die verschrikkelijke gebeurtenis. Collega’s deden normaal tegen haar. Er was geen sprake van gefluister. Ze had lekker door kunnen werken. Misschien had ze zich toch te veel ingebeeld. “Angst kan rare dingen met je doen” had haar moeder wel eens gezegd. “Door de angst te weerstaan, overwin je deze.” Ze geeft zichzelf een compliment. “Goed gedaan. Morgen ga je weer.”
In de nacht die volgt, dienen de golven van angsten, pijn en walging zich opnieuw aan. Ze telt, bij tweehonderdvijftien wordt ze rustig. De volgende ochtend dwingt ze zichzelf om op te staan. Weerstaat ze de neiging om zich klein te maken, op te rollen en haar hoofd onder het kussen te verstoppen. Ze ontwikkelt een nieuw ritme waardoor ze controle over het leven houdt.
De klok biedt dagelijks pilaren in tijd waaraan ze zich kan vasthouden. De wijn maakt het lichter in haar hoofd. Hierdoor voelt het leven ’s avonds niet zo zwaar. Haar werk met een grote diversiteit aan cijfers en getallen geeft een nieuwe impuls. Ze ontdekt patronen of gaat ernaar op zoek. Het grootboekrekeningschema is haar nieuwe vriend, ze leert de nummers en de omschrijvingen uit haar hoofd. Aan haar productiviteit is gelukkig niets te merken.
Naarmate ze Joost vaker ontmoet, merkt ze dat haar gevoelens van paniek af beginnen te nemen. Wel probeert ze te voorkomen om alleen met Joost in een kamer te zijn. “Ik vind het gewoon plezierig als jij er bij bent,” zegt ze tegen de teamleider als die vraagt waarom zij hem graag bij de afspraak wil hebben? “Ze leer ik meer.”
Toen diende Corona zich aan. Marga herinnert het zich nog goed. Haar teamleider had haar gebeld: “Heb je gisteravond de persconferentie van de premier gezien?”
“Nee, ik heb er vanmorgen wel iets over gelezen op NU.nl.”
“Je mag voorlopig niet op kantoor komen. We gaan vanuit huis werken. We maken nog een rooster, wie en wanneer de meest noodzakelijke spullen van kantoor kan komen halen. Ook krijgen je nog instructies hoe we het thuiswerken verder gaan inregelen. Deze dag mag je in ieder geval als improductief schrijven. Als je wat mailtjes wil beantwoorden is dat prima. Ik snap dat je veel vragen hebt. Maar ik vraag nog even je geduld.”
Enigszins verbouwereerd legde Marga de telefoon weer neer. Corona? Thuiswerken? Ze opent de app van NU.nl en scrolt door nieuwsberichten heen. De persconferentie van de premier heeft voor veel commotie gezorgd. Ze leest de aanbevelingen waaraan iedere Nederlander en zij dus ook zich moest houden. Geen handen schudden, afstand houden, niezen en hoesten in de elleboog en vooral elkaar niet opzoeken. Ze leest dat er ziekenhuizen zijn die de toevloed aan patiënten niet meer aan kunnen. Corona. Het staat ver van haar af. Ze herinnert zich nog een nieuwsbericht eind verleden jaar waarin het woord corona ook voorkwam. Dat was voor het nieuwjaarsfeest.
Jan Wietsma
Eerdere afleveringen:
Feuilleton | Het onderzoek (4): het overkomt meer professionals…


Geef een reactie